Hoe ziet het programma eruit?

Doen of laten? heeft van 2015 tot en met 2018 de eerste stappen gezet in het identificeren en terugdringen van niet-gepaste zorg. In het vervolgprogramma van 2019 tot en met 2022 wordt de opgedane kennis verder uitgebreid en toegepast in Nederland.

Doen of laten 2015-2018

Inventariseren welke zorg niet-gepast is:

Onderzoekers uit drie umc’s hebben gekeken in de wetenschappelijke literatuur en in de Nederlandse medisch specialistische richtlijnen welke zorg in aanmerking komt om te worden teruggedrongen. Deze lijst met meer dan 1000 beter-niet-doen aanbevelingen is in het najaar van 2016 geïntegreerd in de richtlijnendatabase van de Federatie van Medisch Specialisten. Hierdoor wordt benadrukt dat het voor artsen van groot belang is om soms ook iets niet te doen in plaats van te handelen. Het tot stand komen van de lijst is beschreven in een artikel

Geïnspireerd door deze inventarisatie heeft IQ healthcare samen met V&VN in opdracht van ZonMw de Beter-laten lijst opgesteld. Dit is een inventarisatie van aanbevelingen die oproepen iets niet te doen of terughoudend te zijn in de verpleegkundige richtlijnen. V&VN heeft deze lijst gebruikt om een campagne te lanceren en het debat aan te wakkeren in het veld. Het tot stand komen van de lijst is beschreven in een artikel. Vervolgens is ook het NHG begonnen met het inventariseren van standaarden en richtlijnen voor huisartsen op beter-niet-doen aanbevelingen.

Ten slotte is er samen met zorgverzekeraar VGZ onderzoek gedaan naar het volume van niet-gepaste zorg op basis van declaratiedata. Hiervoor heeft VGZ zijn database geanalyseerd op vormen van niet-gepaste zorg die de identificeren zijn in een dergelijke database. Hierover wordt een artikel geschreven.

In de praktijk verminderen van niet-gepaste zorg:

Er zijn acht projecten geselecteerd die onder coördinatie van de umc’s in hun eigen regio worden uitgevoerd. Bij de uitvoering van deze projecten werkten umc’s intensief samen met andere umc’s en 30 ziekenhuizen en zelfstandige behandelcentra, verspreid over heel Nederland. Er waren ook meer dan 200 huisartsen bij betrokken en daarnaast streeklaboratoria, apotheken, patiëntenverenigingen en wetenschappelijke verenigingen. Het overkoepelende programmateam heeft de acht projectteams met verschillende middelen ondersteund. Op basis van de toentertijd bestaande literatuur heeft het programmateam een handleiding opgesteld voor het terugdringen van niet-gepaste zorg, de zogenoemde deïmplementatiegids. Om de projectteams ervaringen en kennis te laten uitwisselen zijn ook vijf werkconferenties georganiseerd. Op de werkconferenties kwamen specifieke onderwerpen aan bod, gekoppeld aan de fase waarin de projecten zich bevonden. Naast externe sprekers over dit onderwerp was er tevens ruimte om in kleinere groepen over de uitdagingen en ervaringen van de projecten met elkaar van gedachten te wisselen.

In kaart brengen hoe niet-gepaste zorg kan worden gereduceerd:

Het programmateam heeft een overkoepelende analyse van de acht deïmplementatieprojecten gedaan met als doel meer kennis te vergaren over randvoorwaarden van succesvolle deïmplementaties. Hiervoor zijn de projecten gemonitord en de projectleiders geïnterviewd. De centrale vraag was: wat er nodig is om onnodige zorg terug te dringen? In aanvulling op deze overkoepelende analyse zijn twee literatuurstudies gedaan om een overzicht te creëren van de kennis die reeds bestaat op het gebied van de randvoorwaarden voor succesvol deïmplementeren van niet-gepaste zorg. Op systematische wijze is in de wetenschappelijke literatuur gezocht naar kennis over bevorderende en belemmerende factoren bij het terugdringen van niet-gepaste zorg. Daarnaast heeft het programmateam in kaart gebracht welke strategieën gebruikt werden om niet-gepaste zorg terug te dringen en hoe effectief deze strategieën waren. Van de literatuurstudies worden twee artikelen geschreven. De opgedane kennis is verwerkt in de deïmplementatiegids voor het terugdringen van niet-gepaste zorg en twee toolkits specifiek voor het terugdringen van niet-gepaste laboratoriumdiagnostiek en niet-gepaste urinekatheters en infusen.

Ook heeft IQ healthcare een evaluatie gedaan van de vijf Verstandige Keuzes bij een acute wond: vijf aanbevelingen die pleiten voor terughoudendheid bij de zorg voor acute wonden. Daaruit bleek dat de meeste artsen en verpleegkundigen de Verstandige Keuzes wel kennen, maar dat niet iedereen ze opvolgt in de praktijk en er ruimte is voor verbetering. Er is een artikel van op Medisch Contact en een rapport.

Een uitgebreid verslag van het programma en de resultaten vindt u in het rapport Doen of laten in de gezondheidszorg?.

 

Doen of laten 2019-2022

Het programmateam is nog in overleg met de NFU en ZonMw voor de precieze invulling van het vervolgprogramma.